

Voeg de boter, kristalsuiker, kaneel, bruine suiker, vanillesuiker, zout, eierdooier, bloem en bakpoeder toe aan een diepe kom. Meng/kneed alle ingrediënten tot een koekjesdeeg. Zet het deeg een tijdje in de koelkast om het op te stijven. Dit maakt het later makkelijker om uit te rollen.
Doe de pecannoten, suiker en ei in een mixer. Mix tot een gladde massa. Doe de pecanvulling in een spuitzak.
Vet de bakringen in. Strooi wat bloem op het werkblad en rol het deeg uit (dikte ongeveer 1 tot 1,5 cm). Steek de koekjesdeeg uit met de bakring, zorg ervoor dat het deeg in de ring blijft. Plaats de bakring met het koekjesdeeg op een bakplaat bekleed met bakpapier. Herhaal het proces met de overige bakringen. Spuit wat van de pecanvulling op het koekjesdeeg, laat 1 cm ruimte rond de randen.
Plaats ongeveer 18 tot 25 minuten in een voorverwarmde oven op 175°C.
Laat de pecantaartjes volledig afkoelen.
Giet de ongeklopte room in een pan en breng deze net aan de kook. Verwijder de pan van het vuur en voeg de cacaodruppels toe. Laat een minuut staan. Roer tot een gladde massa. Laat de ganache volledig afkoelen.
Klop de ongeklopte room samen met de vanillesuiker, suiker en roomstabilisator tot een stevige massa.
Voeg de ganache toe en meng goed door elkaar. Doe het roommengsel in een spuitzak.
Spuit een mooie toef van het roommengsel op ieder pecantaartje.
Smelt wat cacaodruppels en druppel ze over de pecantaartjes. Plaats een pecannoot op ieder taartje.